Coschap buiten de deur van het ziekenhuis

Een steeds groter deel van de zorg verschuift van het ziekenhuis naar de eerste en anderhalve lijn. Het is belangrijk de coschappen te innoveren om aan te sluiten op die veranderende structuur. Want dan leid je artsen voor de toekomst op. De student moet leren de witte jas af en toe letterlijk uit te trekken en ook buiten de muren van het ziekenhuis worden opgeleid. Tweedejaars masterstudent Tessa Engelberts (23) liep haar coschap psychiatrie buiten de deur van het ziekenhuis; bij GGZ inGeest. Ze beseft nu hoeveel je buiten een klinische setting voor patiënten kunt betekenen.

26-10-2020 | 15:32

Kun je kort iets vertellen over je coschap?
“Ik zit nu midden in mijn coschap gynaecologie bij Amsterdam UMC, locatie VUmc en heb eerder dit jaar mijn coschap psychiatrie gelopen bij GGZ inGeest in het FACT-team Geuzenveld. De patiënten woonden thuis, in een asielzoekerscentrum of in een beschermde woonomgeving. Op al die locaties heb ik rondgelopen.”

Wat betekent FACT?
“Flexible ACT (FACT) biedt wijkzorg aan mensen met een ernstige psychiatrische aandoening, zodat zij weer de regie krijgen over hun leven en kunnen meedoen in de samenleving. Het persoonlijke, herstelgerichte en holistische karakter van de aanpak sprak me erg aan. Het ging vooral om het vergroten van iemands veerkracht. De behandeldoelen en het behandelplan werden samen met de patiënt opgesteld. Behalve psychotherapie en medicatie kwamen ook de sociaal-maatschappelijke factoren aan bod die van invloed waren op het welbevinden van de patiënt. Voor de een was een gezonde leefstijl belangrijk, voor de ander het vinden van een baan. Per individu werd afgestemd wat op dat moment passend was.”

Wat vond je van dit coschap in een extramurale omgeving?
“Ik vond het geweldig! De klinische, farmacotherapeutische en sociaal-maatschappelijke kant van mijn coschap waren goed in balans. Ik kon altijd aankloppen bij psychiater en coschap-coördinator Frits Kleinen Hammans. We bespraken dan hoe psychofarmaca werkt of wat er bij een ziektebeeld in de hersenen aan de hand is ─ daar heb ik ontzettend veel van geleerd. Ik heb ook een helder beeld gekregen van alle zorgprofessionals die om een patiënt heen staan in de wijk. Ik zag dat deze multidisciplinaire aanpak goed werkte, omdat men keek naar allerlei factoren die het functioneren van de patiënt kunnen beïnvloeden. Denk aan schulden, sociale problemen of gebrek aan een plezierige dagbesteding. Vervolgens kreeg diegene ondersteuning op al die vlakken.”

Hoe zagen je dagen eruit?
“Ik liep met iedereen mee en mocht ook zelfstandig patiënten zien. Patiënten met een depressieve stoornis probeerde ik uit een vicieuze cirkel te halen. We voerden gesprekken, soms tijdens een wandeling, maakten een activiteitenplan en evalueerden hoe het ging. Op die manier bouwde ik echt een behandelrelatie op. Ik zag met eigen ogen hoeveel effect het heeft als je iemand buiten de klinische praktijk begeleidt. Veel patiënten gingen zich weer nuttig voelen, hun angsten of sombere stemming namen af en ze kregen handvatten om met de uitdagingen in hun leven om te gaan. Ik herinner me een patiënt die eerst zó depressief was dat hij nauwelijks contact met me maakte. Toen hij ging kennismaken met zijn nieuwe werkgever ging ik met hem mee. Tijdens de rondleiding kreeg hij praatjes en knapte hij zichtbaar op. In de weken daarna werd zijn draagkracht steeds groter, dat was mooi om te zien.”

Hoe heb je je rol in het team ervaren?
“Ik had het gevoel dat ik echt bij het team hoorde, ook al ben ik nog onervaren. Dat kwam niet alleen doordat ik zo warm werd ontvangen. Ik denk dat je als student een meerwaarde kunt hebben. Je kijkt met een frisse blik, omdat je nog geen last hebt van vooringenomenheid over situaties of patiënten. Je staat ook dicht bij de stof en weet wellicht meer over de nieuwste behandelmethoden. Door dat alles kun je nieuwe inzichten aandragen. Bovendien heb je de tijd om veel aandacht te geven aan patiënten. Aandacht is ook een soort medicijn. Daardoor voelde ik dat ik daadwerkelijk iets kon betekenen.”

Heb je je leerdoelen gehaald?
“Ja, zeker! Ik heb psychiatrisch onderzoek gedaan en ik heb mijn communicatievaardigheden uitgebreid. Wat dat laatste betreft: ik vond de psychiatrie bij uitstek geschikt om te leren communiceren. Om het vertrouwen te winnen van je patiënt is het belangrijk dat je werkelijk contact maakt met de patiënt. Deels verliep een gesprek intuïtief, maar ik heb ook veel meegekeken bij collega’s. Zij leerden me welke interventies je gebruikt of wat je kunt doen om emoties bij iemand te openen of toe te dekken.”

Tessa Engelberts - profiel
Engelberts: “Je geeft de patiënt weer de regie over zijn leven”

Was de organisatiecultuur anders dan in het ziekenhuis?
“De zorgverlening is in beide gevallen natuurlijk gebaseerd op de wetenschap, maar in de ggz is meer ruimte voor persoonlijke inbreng. De omgangsvormen met collega’s vond ik minder zakelijk en minder hiërarchisch. Er was sprake van kortere lijnen en meer persoonlijk contact tussen alle disciplines. Men nam overal ook meer de tijd voor: de consulten en vergaderingen duurden een stuk langer.”

Besteedt de geneeskundeopleiding volgens jou genoeg aandacht aan de extramurale beroepen? 
“Ik denk dat er meer gedaan kan worden om het animo voor die beroepen te vergroten. Je wordt alleen geïnspireerd door dingen waarmee je in aanraking komt, dus het uitbreiden van de extramurale coschappen − en eventueel de stages in de bachelor − lijkt me relevant. Zo kunnen studenten zich beter voorbereiden op de zorg van de toekomst, die meer in de wijk zal plaatsvinden, en een weloverwogen beroepskeuze maken.”

Doe je zelf iets om dat hiaat op te vullen?
“Ik verdiep me graag in leefstijlgeneeskunde, omdat we daar in de opleiding te weinig over meekrijgen, terwijl veel ziekten voorkomen of deels genezen kunnen worden met adequate leefstijlinterventies. Ik volg cursussen op dat vlak en ga naar lezingen en congressen. In Indonesië heb ik de minor Global Health gedaan. Verder heb ik diverse bijbanen gehad in de chronische patiëntenzorg.”

Wat raad je andere studenten aan die een extramuraal coschap gaan lopen? 
“Er kan en mag veel, dus wees assertief en organiseer het! Omdat ik aan yoga doe, heb ik spontaan een mindfulnesstraining gegeven aan mijn collega’s. Dat was een onverwacht succes. Iedereen was zo relaxed, ik moet er nog om lachen dat ik dat gewoon heb gedaan! Een andere keer zei ik meteen ja toen een ervaringsdeskundige de zogenoemde ‘Yucel-methode’ op mij wilde uitproberen, waarbij ik in mijn eigen psyche moest graven. Door overal voor open te staan, heb ik het gevoel dat ik het maximale uit mijn coschap heb gehaald.”