Studeren met een functiebeperking of chronische aandoening

Wettelijk kader
Sinds 1 december 2003 is de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGB/HCZ) voor alle opleidingen in het hoger onderwijs van kracht. Onder deze wet vallen alle lichamelijke, verstandelijke en psychische beperkingen of chronische aandoeningen. Volgens deze wet is het verboden direct of indirect onderscheid te maken op grond van een werkelijke of vermeende handicap of chronische ziekte. Dat betekent dat een student niet voor een opleiding mag worden geweigerd vanwege een handicap. Natuurlijk gelden wel dezelfde toelatingseisen en eindtermen voor deze studenten. 
Het verbod op onderscheid betekent dat onderwijsinstellingen wettelijk verplicht zijn om aanpassingen te treffen. Deze moeten ‘geschikt’ zijn (de belemmering wordt inderdaad weggenomen) en ‘noodzakelijk’ (hetzelfde doel kan niet op een andere manier worden bereikt). Daarbij wordt opgemerkt dat de aanpassing geen onevenredige belasting mag zijn voor de instelling. 

Begripsomschrijving

 “Onder functiebeperkingen en chronische ziekten wordt verstaan elke lichamelijke, zintuiglijke of andere stoornis die de studievoortgang vertraagt. Dat kunnen visuele, auditieve en motorische handicaps zijn, stoornissen in taal (dyslexie), spraak, uithoudingsvermogen, geheugen/concentratievermogen en orgaanfuncties, maar ook fobieën, chronische depressies, epilepsie, reuma, M.E., chronische RSI en zware migraine.” - Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Gedoeld wordt dus op alle aandoeningen die (vooralsnog) blijvend van aard zijn en die een vertragend effect kunnen hebben op de studievoortgang. De functiebeperking varieert van ernstige mobiliteitsproblemen, angststoornissen, depressie, eetstoornissen, visusbeperking, tot hartaandoeningen of zorgen en daaruit voortvloeiend gezondheidsproblemen over dragerschap van een ernstige, genetisch overdraagbare ziekte.

Aanpassingen
In het Onderwijs- en Examenreglement (OER) staat ieder jaar een artikel (‘Aanpassingen ten behoeve van een student met een functiebeperking’). Daarin staat o.a.
“Een student met een functiebeperking kan op een daartoe strekkend digitaal verzoek, in te dienen bij de studieadviseur, in aanmerking komen voor aanpassingen in het onderwijs, de practica en tentamens. Deze aanpassingen worden zoveel mogelijk op hun individuele functiebeperking afgestemd, maar mogen de kwaliteit of moeilijkheidsgraad van een vak of een tentamen niet wijzigen. In alle gevallen zal de student moeten voldoen aan de eindtermen van de opleiding.”

In een eerste gesprek met de studieadviseur wordt op detailniveau geïnventariseerd wat de beperking inhoudt (bepaling (ir)reversibiliteit). Ook wordt geïnventariseerd wat de gewenste aanpassingen zijn en de haalbaarheid daarvan. De studieadviseur denkt hier actief in mee en roept zo nodig advies in van een van collega medisch specialisten. 

Het uitgangspunt is dat het leveren van aanpassingen individueel maatwerk is. De genoemde aanpassingen in het OER bieden hiertoe mogelijkheden. Daarnaast is het aan de studieadviseur om, indien van toepassing, aanpassingen van andere aard te regelen voor een student, bijvoorbeeld:
  • dyslexie: extra tentamentijd, uitvergrote tentamens, informatie studiemateriaal op CD-rom voor ‘vertaalprogramma’s; gebruik woordenboek Nederlands
  • extra begeleiding docenten
  • verlenging van geldigheidsduur tentamens of uitzonderingen op overgangsregels
  • praktische oplossingen: aparte stoel, parkeervergunning, gebruik rustruimte
  • roosteraanpassingen: tijdens de master 1x per week eerder weg om naar therapie te kunnen gaan, of in deeltijd studeren (1 deeltijddag per week)
  • deelname ‘maatjesproject’ bijvoorbeeld in geval van autisme gerelateerde stoornissen 
In vervolggesprekken wordt de balans draagkracht – draaglast regelmatig geëvalueerd. Naar aanleiding hiervan vindt een eventuele aanpassing van planning of maatregelen plaats. Wij geven advies over het vergroten van draagkracht en over het verminderen van draaglast, ondersteunen op het gebied van studievaardigheden en tentamenvoorbereiding, zijn een ‘luisterend oor’, helpen met de planning en logistiek en adviseren in de communicatie met docenten en practicumleiders. Wij vormen daarbij de link met de examencommissie als het gaat om bijzondere verzoeken tot uitzondering op tentamenniveau of op overgangsregels (w.o. BSA). 

De studieadviseur speelt een belangrijke rol in doorverwijzing naar andere instanties en personen, waaronder de studentendecaan inzake Financiële Ondersteuning bij Studievertraging (F.O.S.) en de projectmedewerker VU, die de student kan wijzen op VU-brede voorzieningen (toegankelijkheid van gebouwen, speciale cursussen en projecten).

Als je echt weinig punten haalt in een jaar, kun je via de studentendecanen in aanmerking komen voor een extra jaar financiering. Als je een paar weken (minimaal 4) of maanden uitvalt, of je haalt een aantal cursussen niet, kun je in aanmerking komen voor een financiele vergoeding via het Profileringsfonds. Daarvoor is het noodzakelijk dat je je situatie binnen drie maanden na ontstaan of bekend worden bij de studieadviseur in een persoonlijk gesprek meldt en daarna ook zelf actief meldt dat je inderdaad uitgevallen bent of tentamens niet hebt gehaald in beide gelegenheden in verband met de functiebeperking of aandoening. Voor meer informatie, check VUNet.

Met een functiebeperking arts worden?
Er wordt weleens aan ons gevraagd “Kan iemand met een functiebeperking wel arts worden?” Wij antwoorden dan volmondig “Ja, uiteraard”. Wij leggen dan uit dat 
a. de faculteit een wettelijke inspanningsverplichting heeft om studenten met een functiebeperking zoveel mogelijk te ondersteunen, binnen de grenzen van het redelijke en billijke
b. de meeste studenten prima in staat blijken om aan de eindtermen van de opleiding te voldoen
c. dat als een student aan de eindtermen voldoet wat betreft deelname en examinering, hij of zij uiteraard gewoon een diploma krijgt 
d. in geval van een ernstige fysieke- of mentaal-emotionele functiebeperking de studieadviseur in een zo vroeg mogelijk stadium de haalbaarheid van de eindtermen bespreekt met de student. Soms spreekt een student zelf een twijfel uit, soms de studieadviseur. In een klein aantal gevallen adviseert de studieadviseur een student om de studie te onderbreken of zelfs te stoppen
e. een student aan alle onderwijsverplichtingen dient te voldoen en er geen sprake is van compensatie of dispensatie (dat denken ze soms)
f. de student(e) zelf een actieve bijdrage levert in het aanleveren van voorstellen tot optimalisatie en verantwoordelijk is voor het eigen functioneren en het communiceren binnen de opleiding, een professionele houding heeft en hier op aan te spreken is
g. een functie-beperkte arts een zeer waardevolle bijdrage kan leveren in het ‘werkend veld’. Voor patiënten en collega’s

Vaak is het onwetendheid van de vraagsteller, slechts in een zeer klein aantal van de gevallen om grove kortzichtigheid. Het is belangrijk te weten dat een arts of docent dit niet tegen je mag zeggen. Er zijn voor deze opleiding eindtermen opgesteld, die zijn vertaald in onderwijs en toetsing en als jij het haalt, dan haal jij dat. Als het jou treft dat een van de docenten of begeleiders dit zegt, meld je dan alsjeblieft bij een van de studieadviseurs, om dit samen te bespreken.

Het is trouwens wel zo dat de masterfase voor een aantal studenten met een functiebeperking erg pittig is. Bij deze daarom de volgende oproep: zorg net zo goed voor jezelf als dat je later voor patiënten zult zorgen…. Wees daarin geloofwaardig en trek tijdig aan de bel als je vaak moe bent, het gevoel hebt meer te overleven dan te leven, als twijfels of angsten blijven aanhouden… Trek aan de bel!